Het  Zeijerveld, gelegen aan de noord-westzijde van Assen, kenmerkt zich tegenwoordig door een duidelijk verkavelingspatroon, rechte (water)wegen met bomen en ontginningsboerderijen. De openheid van het gebied wordt afgewisseld door enkele kleinere en grotere bossen. Van het vroegere landschap is niets meer te zien.

Ontginning

Ontginningen zijn er altijd al geweest, maar door de ontwikkelingen in de negentiende eeuw waren grootschaliger ontginningen nodig. In 1907 droeg de toenmalige oud-minister J. T. Cremer de Nederlandsche Heidemaatschappij - opgericht in 1888 - op een complex woeste grond te kopen om te ontginnen en er nieuwe boerderijen te stichten. Een complex in de marke van Zeijen werd uitgekozen.

In 1908 startte de ontginning het Zeijerveld. Het was het eerste grote project van de Nederlandsche Heidemaatschappij die alles regelde van het ontginnen tot aan het begeleiden en adviseren van de nieuwe pachters. Gestart werd met de sloten en de wijk waarin de sloten moesten afwateren. besloten zijn recht aangelegd om een zo systematisch mogelijk grondgebruik mogelijk te maken. be wijk had niet alleen een functie voor de of watering, moor diende ook als aan- en afvoerroute van allerlei producten en sloot, via het Asserwijkje, aan op de Drentse Hoofdvaart. Toen de waterwegen waren gegraven, de belangrijkste wegen en waterleidingen waren aangelegd, konden de afzonderlijke percelen worden ontgonnen. 
 
Het eerste gebouw in het ‘nieuwe land’ dat in 1908 gereedkwam was ‘de Keet’. Het gebouw werd gebruikt als schaftlokaal, bood onderdak aan trekdieren en fungeerde als bergplaats voor kunstmest, werktuigen, enz. Het gebouw is later omgebouwd tot boerderij. Als eerste in Drenthe gebeurde de ontginning voornamelijk met de stoomploeg. Waar dat niet kon, werden ossen en paarden voor de ploeg gespannen.

Boerderijen

De boerderijen kwamen tijdens of na de ontginning tot stand. Ze waren verspreid over het gebied en lagen dichtbij het bijbehorende land en aan de wijk. Deze rationele spreiding staat in schril contrast met traditionele clustering van boerderijen rondom de brink in een esdorp.

De eerste boerderij op het Zeijerveld was de Julianahoeve (1911) en de laatste de Cremerhoeve (1915). Oud-minister Cremer legde zelf de eerste steen voor deze boerderij. In korte tijd zijn de vijftien boerderijen, negen dubbele arbeiderswoningen en één enkele woning, gebouwd. Uit het hele land kwamen de pioniers om hier opnieuw te beginnen. Sommige families zijn na generaties nog steeds landbouwer op het Zeijerveld. Alle boerderijen hebben een naam, vaak een verwijzing naar een familielid van minister Cremer of een historische gebeurtenis. De Annie- en de Dollyhoeve zijn genoemd naar tweelingdochters van de minister en beide boerderijen zijn qua opzet dan ook identiek.