De oudste gegevens over Witten zijn bekend door archeologische vondsten. Woonsporen, die niet nader zijn onderzocht, tonen oon dat Witten al sinds mensenheugenis bewoond is geweest: de trechterbekercultuur(3400-2900 v. Chr.) en de enkelgrafcultuur (2900-2400 v. Chr.). Vanaf ongeveer 800 v. Chr. worden in Witten celtic fields aangetroffen.

Over bewoning van de ijzertijd tot in de Middeleeuwen is in deze streek weinig bekend.

In de negende eeuw wordt in Rolde mogelijk de eerste kerk gebouwd. In de schriftelijke bronnen komt Witten pas in 1294 voor. Het is niet duidelijk of het hier gaat om een buurschap, een marke of een streek. In de 13e eeuw krijgen ten gevolge van betere bemesting de nederzettingen hun definitieve plek, waardoor permanente akkerbouw en boerderijen mogelijk worden.

In de middeleeuwen hebben verschillende geestelijke instellingen, waaronder de bisschop van Utrecht, bezittingen in Witten.

De in Assen gevestigde Cistercienzer abdij ‘Maria in Campis’ koopt in 1302 waardelen in vijf erven in Witten. In 1487 koopt de abdij weer een erf in Witten, waarna het klooster de gehele buurschap in eigendom heeft. Vanaf 1534 worden er tien erven in Witten vermeld.

Na de hervorming Tengevolge van de Hervorming wordt het Asser klooster in 1602 opgeheven en neemt de Landschap Drenthe de bezittingen over en vestigt er haar bestuurscentrum.

De Franse inval in 1795 zorgt voor een radicale verandering. De Landschap Drenthe wordt gedwongen de erven in Witten te verkopen.

Kopers in januari 1797 zijn mr. Petrus Hofstede, de voormalige brost en latere Gouverneur, en Johannes Homan, de schulte van Rolde. Hofstede voert in Witten een vergaande reorganisatie door.

 

Negen erfgenamen

In 1825 komt Witten in handen van jhr. mr. Hendrik Jan Leopold van der Wijck, procureur bij het gerechtshof in Assen en burgemeester van Oosterhesselen. In 1862 wordt zijn nalatenschap aan negen erfgenamen toegewezen. Enkele decennia later komt een groot deel van die bezittingen in handen van mevrouw Goddard, geboren jkvr. Elisabeth Jacobo van der Wijck. Landbouwer en jachtopziener Jan Eefting (1885-1967) wordt door mevrouw Goddard aangesteld als rentmeester. De functies kan hij prima combineren. In juli 1963 worden de Asser bezittingen van mevrouw Van der Wijck openbaar geveild. De gemeente Assen koopt alle percelen. Aan het eind van de vorige eeuw krijgen drie boerderijen in Witten de status van monument, te weten Witterhaar 11 en 13 en Witterzomer 1.