De wijk Baggelhuizen

‘t Roege Stuk, de boerderij van Ubels aan wat nu het Gooiland heet, wat huizen langs de Witterstraat en wat oude boerenpaden, zoals het Eeftingslaantje, die zijn opgewaardeerd tot wandel- en fietsroutes. Meer is er van het oude Baggelhuizen niet over. Veel meer was er ook niet voordat de gemeente begon na te denken over de aanleg van een nieuwe woonwijk na het Noorderpark en Pittelo. Zelfs de A 28 en de Europaweg bestonden alleen nog op tekentafels. Het was wel een wijk die al een wijkcentrum had voordat de wijk ontstond: het dorp Witten had al gezorgd voor dorpshuis De Schakel langs de Witterstraat die toen nog gewoon rechtdoor naar Witten liep. Verder bestond Baggelhuizen voornamelijk uit weilanden en een kwekerij en was gewoon het plattelandsgebied tussen het sportpark Stadsbroek en Witten, waar niet zoveel spannends te beleven viel.

Baggelhuizen is nog steeds niet de meest bruisende plek van Assen, maar veranderd is er genoeg. Het is de wijk die Assen het meest meehelpt aan het imago ‘stad in het groen’. Een wijk hogelijk gewaardeerd door de bewoners vanwege de omgeving, de korte afstand naar allerlei voorzieningen en de kindvriendelijke opzet met pleintjes en hofjes. Het is ook de woonwijk met gemiddeld het hoogste inkomen per bewoner, zodat er heel wat Baggelhuizenaren erover denken hun geld te beleggen in een nieuwbouwhuis en velen dat ook doen. Verder is het de wijk die het meest last heeft van geluidshinder: van schietterrein, A28, TT-circuit en sportpark Stadsbroek. En het is een wijk die zo dicht bij het stadscentrum ligt dat de noodsupermarkt pas laat werd vervangen door een volwaardig winkelcentrum en dan ook nog in combinatie met een flink aantal huizen. Een winkelcentrum dat nu al niet meer met goed fatsoen die naam kan dragen.

Een wijk waarvan onderzoek nu beweert dat het 25 jaar na de bouw al toe is aan een stevige portie stadsvernieuwing om verpaupering voor te zijn. Maar het is ook een wijk die trots kan zijn op de vele pogingen om eens iets nieuws uit te proberen. Begin jaren ’70 was een tijd van experimenten. Het roer moest op allerlei fronten om en niet in de laatste plaats op het gebied van de stadsuitbreidingen. Baggelhuizen kreeg er een ruime portie van mee. Het werd een wijk waar nadrukkelijk over is nagedacht. ‘Een woonwijk met toekomstwaarde’, zoals de rijksuniversiteit Groningen had bedacht in een planologisch onderzoek voor Assens nieuwste stadsuitbreiding.

Dat het optimale gebruik van rijkssubsidiemogelijkheden in het achterhoofd een belangrijke rol speelde is nog steeds te zien. Aan de huizen aan De Wouden bijvoorbeeld. De royale witte huizenblokken kregen al snel de bijnaam ‘Jeruzalem’. Experimentele bouw van architect Ben van Tongeren, waarbij de royale splitlevelhuizen zo aan elkaar vast zitten, dat de gangen gemakkelijk zijn te verbinden. Communevorming zou door de indeling geen probleem zijn, terwijl een verdieping van de buurman erbij huren ook geen bouwkundig beletsel kent. Niet minder dan 252 van deze ‘communehuizen’ zijn er gebouwd, waarvan 112 als premiekoopwoning en de rest als huurhuis van de Stichting Woningbeheer Assen. Huizen met pittige huurprijzen (in het begin 300 tot 500 gulden), maar ook wel onwijs groot met meestal vier slaapkamers en vaak ook nog een vide of een enorme zolder. Maar het paste in de opzet van de rijksuniversiteit: Baggelhuizen moest vooral royale huizen krijgen voor middelhoge en hoge inkomensgroepen. Voor anderen was er de huursubsidie.

Unieke school

Zoals in veel nieuwbouwwijken is de geschiedenis van de wijk nadrukkelijk verweven met die van de school. Ook daaraan is te zien dat gebaande paden steeds meer werden gemeden. Voor het eerst werd er in Assen een school gebouwd voor openbaar en protestants christelijk onderwijs samen. Het begon in 1973 met de bouw van drie noodlokalen voor het kleuteronderwijs en vijf voor de basisscholen. Ze kregen een plek ‘achter het provinciehuis’ (hoek Salland-De Wouden). De OBS Baggelhuizen en de pc-school De Wijngaard (nu Het Octaaf) kregen ieder de helft van de lokalen. Zowel in kleuterschool als lagere school was er een lokaal voor gezamenlijk gebruik. De noodschool gold tevens als voortzetting van het schooltje in Witten, dat te weinig leerlingen telde (nog negen).

Architectenbureau C. Kalfsbeek uit Borger had al de opdracht in de zak om een nieuw gebouw te ontwerpen voor openbaar en protestants christelijk kleuter- en lager onderwijs volgens een bijzondere bouwmethode: systeem De Coene-Kalfsbeek. Het stond te boek als snel, goed, flexibel en goedkoop. Bovendien paste het prachtig in het toen nog nieuwe idee kleuter- en lager onderwijs onder een dak te brengen.

Minder kinderen

Een jaar later (1973) kon de nieuwe school worden geopend. Door onduidelijkheden over de te verwachten leerlingenaantallen leek de noodschool een jaar langer dienst te moeten doen. Aanvankelijk was gedacht aan een school met 35 lokalen (ontworpen door stadsarchitect De Ket), maar de sterke gezinsverkleining in die jaren gooide roet in het eten. Nieuwe prognoses leerden dat een school met 21 lokalen ook groot genoeg zou zijn. De gemeente was flink geschrokken van een enquete onder de eerste inwoners van Baggelhuizen. De tijd van grote gezinnen was voorbij. Het kostte de wijk ook een sporthal. In plaats daarvan kwam er gewoon een gymnastieklokaal.

In eerste instantie kwam er een schoolgebouw met elf lokalen voor het openbaar en negen voor het bijzonder onderwijs. Kosten: 3,2 miljoen gulden. Het werd in recordtempo gebouwd, zodat het bouwwerk toch nog op tijd voor het nieuwe schoolseizoen klaar was. Voor het gebied rond de school had de gemeente een kunstenaar in de arm genomen. Eugene ter Windt uit Velp ontwierp een ‘tuin’ zonder afrastering, die bovendien maar 80000 gulden hoefde te kosten. Belangrijk kenmerk zijn de heuvels rond de school, die overigens wel bleken mee te helpen aan regelmatige wateroverlast op de schoolpleinen.

Direct na de bouw zaten de toen vier leerkrachten van de OBS Baggelhuizen ruim in de jas. Als na De Vallei en de buurt rond de Hunsingostraat ook Kennemerland en De Wouden worden bebouwd gaat het hard. In 1975 is het aantal leerlingen al boven de 110 en dat betekent zes leerkrachten. In 1977 wordt al de dertiende leerkracht verwacht. Drie noodlokalen moeten worden gebouwd, maar die komen eigenlijk te laat. Een van de eerste klassen telt op een gegeven moment 45 kinderen. Nieuwe leerlingprognoses geven op dat moment aan dat Baggelhuizen uiteindelijk 32 leslokalen moet hebben voor het basisonderwijs en niet de 21 waarvan ooit uit werd gegaan. Behalve noodlokalen (op het huidige trapveld naast het gymlokaal verrijst uiteindelijk een complete noodschool) worden in die periode ook zes permanente lokalen bijgebouwd.

Groeispurt

In 1978 krijgt de Baggelhuizenschool er twee extra leerkrachten bij, omdat de school een groeispurt maakt van 398 naar 445 leerlingen. Er worden dat jaar vier eerste klassen gevormd. Regelmatig worden er nieuwe noodlokalen geplaatst om openbaar en protestants christelijk onderwijs genoeg ruimte te geven. In 1981 was de Baggelhuizenschool een van de grootste van Drenthe met 22 klassen en 23 leerkrachten. Dat was dan ook het hoogtepunt. Bij de viering van het tienjarig bestaan in 1983 was het aantal leerlingen teruggevallen tot 540 (waarvan 130 op de kleuterschool) en moest de school terug naar achttien klassen. Het jubileum werd uitgebreid gevierd met poppenkast, een spelletjescircuit in de toen alweer leegstaande dependance ‘t Houtje en open huis met allerlei activiteiten. Sindsdien gaat het leerlingental gestaag naar beneden, zodat ook de noodlokalen langzamerhand weer kunnen worden afgeschreven. De Wijngaard kan uiteindelijk weer helemaal in het oorspronkelijke gezamenlijke schoolgebouw en nog wat later kan zelfs de peuterspeelzaal ‘t Onderdeurtje de oude keet tegenover het winkelcentrum verruilen voor een plekje binnen het schoolcomplex.

Dat er sprake is van vermindering van het aantal leerlingen heeft alles te maken met een verdere gezinsverdunning. In 1993 woonden er in de ruim 1800 huizen van Baggelhuizen nog vijfduizend inwoners. Dat zijn er in 2000 nog 4700. Wat dat betekent voor de toekomst is afwachten.